|
Kleuren op titanium ontstaan door de oxide van titanium (TiO2) op de sieraden. • Oxideren met open vuur. Door verwarmen van een sieraad met een vlam treedt oxidatie op maar het is moeilijk te controleren hoe warm het wordt en hoeveel zuurstof erbij komt. Ook is er verontreiniging door bijmenging vanuit de vlam. Deze methode werkt wel maar is niet optimaal. • Wij kleuren via anodiseren. Wanneer een gelijkstroom door geleidend gemaakt water gaat splitst water ( H2O) zich via de twee polen (anode en kathode) in waterstof en zuurstof. Aan de positieve anode borrelen zuurstofbubbeltjes op. Het werkstuk hieraan oxideert hierdoor onder water. De dikte van de oxidelaag bepaalt welke kleur er ontstaat. Omdat TiO2 weerstand (Ohm) voor stroom heeft kan met het voltage/ampèrage de laagdikte bepaald worden. De dunste laag kleurt lichtblauw en de dikste wordt groen. De kleuren tussen 40 en 120 volt worden voor de sieraden gebruikt. 
• Het regenboog effect. Het groen kleuren op 120 volt duurt enkele seconden. Als je in die tijd het werkstuk terwijl het onder stroom staat uit het water trekt krijg je verschillende laagdikten en dan ook de regenboogkleuren.
• Kleureffect. Titaniumoxide is kleurloos, transparant als suikerkorrels. Het kleureffect van de TiO2laag is te vergelijken met het effect van olie op water, beide helder en toch vormen ze samen een prachtige geheimzinnige kleurenfilm. Het is een samengaan van twee natuurkundige verschijnselen, namelijk dispersie = verstrooiing en interferentie = blokkering/opheffing van lichtgolven.
|